De Brulaap, het poëtische debuut van Christophe Bell maakt meteen brokken en kaapt 4 sterren weg in een recensie in Het Nieuwsblad.

“Christophe Bell (28), student, freelance journalist en nu ook schrijver, verloor jaren geleden een goede vriend in een ongeval waarbij hij zelf zwaargewond raakte. Zijn debuutroman, die de totemnaam van zijn scoutsvriend als titel draagt, geeft een idee van wat zoiets doet met een mens. “De Brulaap is geen autobiografie. Dit staat dan wel dicht bij mijn eigen wereld, het is wel degelijk fictie”, benadrukt Bell. “Ik wou gewoon een boek schrijven en het ging daarover, omdat dat heel lang het enige was waar ik mee bezig was.”

Dit is veeleer poëtisch dan verhalend proza: meer emotie dan gebeurtenis, en ook vormelijk zoekt de auteur de grenzen tussen proza en poëzie op.

Het boek toont wat het hoofdpersonage, het luipaard, denkt en voelt na het drama, hoe hij zijn weg zoekt in een wereld waaruit de onschuld is verdwenen. Er is een voor en een na, en het luipaard keert in gedachten voortdurend terug naar dat ‘voor’. Al weet hij goed genoeg dat zijn geheugen faalt en zijn herinneringen onvolmaakt zijn: “Wat is de tijd anders dan het afgelegde pad waarop onmogelijk teruggekeerd kan worden?”, “Welke beelden zijn echt, welke worden mij door mijn eigen brein – de bedrieger – opgedrongen?” Op de vele vragen komen nauwelijks antwoorden.

Makkelijk leesvoer is dit niet. Vaak is het wat donker. Maar het is vooral mooi. Je voelt de pijn en de liefde van het luipaard voor de brulaap.

Een echt verhaal vertelt De Brulaap niet. Dit is veeleer poëtisch dan verhalend proza: meer emotie dan gebeurtenis, en ook vormelijk zoekt de auteur de grenzen tussen proza en poëzie op. Bell speelt met zijn zinsbouw en leestekens, geeft een vaak gejaagd ritme aan en verwerkt muziek in zijn tekst.

Makkelijk leesvoer is dit niet. Vaak is het wat donker. Maar het is vooral mooi. Je voelt de pijn en de liefde van het luipaard voor de brulaap. Hij ziet hem overal, hoort het lied nog dat ze samen speelden.

“Ik kan iedereen die soms meer in zichzelf leeft dan daarbuiten aanraden om te schrijven of te praten”, zegt Bell. “Dat hier een boek van gekomen is, heeft mij geholpen. Het gaf een doel.” Voor een volgende roman heeft de jonge auteur nog geen concrete plannen, “maar ik wil wel nog schrijven.” Wij wachten in spanning af.”

Zo schrijft Ans Debruyne in Het Nieuwsblad van 17 februari. Wil je zelf kennismaken met het boek? Hier lees je een hoofdstuk.

Lees méér van WPG