Twaalf stielen, één roeping
Pieter Aspe is het pseudoniem van Pierre Aspeslag. Hij werd geboren te Brugge op 3 april 1953. Zijn vader was werkleider, zijn moeder huisvrouw. Hij volgde lager onderwijs bij de Broeders Xaverianen, nadien zes jaar oude humaniora in het Sint-Leocollege. Na zijn middelbare studies trok hij naar de Gentse universiteit om er politieke en sociale wetenschappen te studeren. Nog in het eerste jaar brak hij de studies af. Na zijn huwelijk begon hij aan een lange reeks beroepen, tot hij midden jaren negentig als misdaadauteur debuteerde en een paar jaar nadien definitief voor het schrijven koos.
Pierre Aspeslag werkte achtereenvolgens bij een bedrijf dat plastic buizen voor sanitaire installaties maakte, bij een agentschap voor granen en voeders, als bediende bij het ziekenfonds, daarna bij de zeevaartpolitie, vervolgens voor een textielfirma. Voor De Lastige Bruggeling, een kritisch maandblad, was hij ooit persfotograaf. Samen met enkele vrienden deed hij in 1976 – hij was toen werkloos – op de lijst van de Christen-Democraten mee aan de gemeenteraadsverkiezingen van 1976. Hij kreeg wel een lucratief mandaat als commissaris voor Zeewaterontzilting, maar bedankte na zes maanden voor de eer (én voor de zitpenning). In de nadagen van de verkiezingen werd hem een baan aangeboden als studiemeester op het Vrij Technisch Instituut in Brugge.
Na zijn ontslag daar ging hij samen met zijn vrouw meubels restaureren: ‘Ik had geen werk meer, geen zin om voor iemand te werken. Bij mijn vader op de zolder zag ik zo’n oud geverfd kastje staan. Een beetje verf was eraf geschilferd en daaronder zat grenenhout. Met dat kastje ben ik begonnen. De verf eraf gehaald – en het was onmiddellijk verkocht. Toen zijn we op zoek gegaan naar dat soort Vlaamse meubeltjes die bij mensen op zolder staan. We hebben een heel prettige tijd gehad op dat boerderijtje. Hard werken, maar wel eigen baas.
Er kwam een eind aan deze activiteiten toen bleek dat de Pierre Aspeslag een allergische aandoening kreeg door het werken met ammoniak en de logen die nodig waren om de verf eraf te krijgen. Ten slotte werd hij conciërge van de Heilig-Bloedkapel in zijn geboortestad, een job die hij twaalf jaar lang zou blijven uitoefenen en hem uiteindelijk aan het schrijven zou zetten omdat hij weg wilde uit deze beklemmende en besloten omgeving.
De man van twaalf stielen vond uiteindelijk zijn echte roeping in het schrijven.
In opdracht van VTM werden de eerste tien misdaadromans van Aspe in Brugge verfilmd tot een tv-serie, getiteld ASPE. Inmiddels werden er 8 reeksen opgenomen en een 9e reeks is in ontwikkeling.
In 2001 ontving Aspe de Hercule Poirotprijs voor zijn roman Zoenoffer. En op 11 juni 2010 werd Pieter Aspe feestelijk gehuldigd en ontving het ereburgerschap van de stad Blankenberge. Precies een week nadat Pieter Aspe het ereburgerschap van de stad Blankenberge in ontvangst mocht nemen, werd hij op vrijdag 18 juni in de stadsschouwburg van Brugge bekroond met een Lifetime Achievement Award.
De 'Knack Hercule Poirotjury' wil Aspe met deze prijs lauweren voor zijn grote verdienste wat betreft het schrijven van misdaadromans.
Enkele jaren geleden hertrouwde hij met Bernadette Vandenbroucke. Ze wonen samen in Blankenberge. Uit zijn eerste huwelijk heeft hij twee kinderen: Tessa (1972) en Mira (1974) en één kleindochter, Lisa.
Een uitgebreide biografie en info over de boeken van Pieter Aspe werd opgenomen in het boek Pieter Aspe, Portret van een toptalent, geschreven door Jooris Van Hulle (Manteau, april 2012)