Voor haar boek Ben ik een goede moeder? interviewde Marijke Libert honderd vrouwen uit alle sociale klassen, culturen en leefwerelden. Heel vaak werd in de getuigenissen de organisatie Kind en Gezin vernoemd. En niet altijd in een positieve context. Marijke Libert schrijft daarover vandaag een opiniestuk in De Standaard.

‘Het voorbije half jaar kruiste de organisatie Kind en Gezin (K&G) indirect maar vooral onverwacht mijn pad. Tussen oktober vorig jaar en maart van dit jaar ging ik in Vlaanderen langs bij honderd moeders, uit alle sociale en culturele klassen, van alle leeftijden, origines, uit alle beroepscategorieën. Ik peilde – voor het boekproject Ben ik een goede moeder? – naar hoe ze hun moederschap evalueerden en quoteerden.’

‘Pas na een twintigtal gesprekken begon het op te vallen: de moeders vernoemden vaak Kind en Gezin, en niet meteen in een positieve context. Eén op twee moeders gaf spontaan opmerkingen over de (‘directieve’, ‘betuttelende’) manier waarop K&G hen benaderde. Eén op drie had geen goede ervaringen en voelde zich tussen onbegrepen en ronduit afgekeurd in haar moederschap. Ik noteerde niet alle oprispingen over K&G in het boek, dat kon als intentioneel worden ervaren, wel ervaringen die moeders zo intens raakten dat ze fundamenteel gingen twijfelen over hun moederschap. Een paar getuigenissen ter illustratie.’

Over foute diagnoses

“Met Kind en Gezin hadden we al geen bijzondere ervaring toen we met ons eerste kind langsgingen. De dokter trok M.’s beentjes open en zei: ‘Hm, het zou kunnen dat ze heupdysplasie heeft. In het ergste geval belandt ze op haar veertigste in een rolstoel.’ De angst sloeg me om het hart. Tot bij een bezoek aan de kinderarts bleek dat het niet klopte”.

‘Kind en Gezin had ons enorm op het hart gedrukt dat we N. op de rug moesten leggen, om het risico op wiegendood te beperken. Ik ging er zo letterlijk op in dat ik dag en nacht onze baby omdraaide. Na een paar maanden had hij een volledig plat achterhoofd. Hij moest een redressiehelm dragen, tot hij zestien maanden oud was. De arts van Kind en Gezin raadde het af. Het zou ‘traumatiserend’ zijn voor ons kind. Onze pediater wuifde dat weg. We geloofden hem. Voortaan zouden we alleen de personen volgen die wij vertrouwden.”

Over veroordelende adviezen

“Ik gaf J. geen aardappelen maar granen. Kind en Gezin zei me dat ik niet goed bezig was. Ik moest patatjes geven, anders zou J. onder de groeicurve blijven. Fout gedacht, want later in de kleuterklas was hij een van de grootste en stevigste kinderen. Na ons tweede kind hebben we K&G laten vallen. Ze gaven ons te vaak de indruk dat ze veroordeelden wat wij belangrijk vonden.”

“Mijn dochter stapte nog niet op zestien maanden, ik kreeg de vraag of ik geen afspraak wilde maken met een kinesitherapeut. Ik heb die mevrouw van Kind en Gezin toen heel betekenisvol aangekeken en gezegd: ‘Ze zal heus wel stappen hoor.’”

Over ondersteuning

De 100 moeders van het boek laten, niet intentioneel, maar puur vanuit het moederhart hun stem horen. Ze vragen om empathie, om eerbied voor hun moederinstinct en hun individuele verzuchtingen. Ze vragen dat aan de brede samenleving én aan een organisatie die door de samenleving gemandateerd is om hen te ondersteunen. En tenslotte nog dit. Eén op de twee ondervraagde moeders had wel goede ervaringen met Kind en Gezin, maar: is de helft genoeg?

Marijke Libert

Het volledige opiniestuk lees je hier.

Lees méér van WPG