Anntje Peeters is al zo’n twintig jaar gepassioneerd door kruiden, gezonde voeding en natuurlijke schoonheid. Ze heeft een eigen website en geeft cursussen en workshops. Ze schreef twee boeken over het onderwerp, Puur natuurlijk vrouw en SuperBUIKgevoel.

Vorig jaar schreef ze wekelijks een column in Primo Magazine waarin ze tips gaf over het gebruik van de kruiden van het seizoen. De komende weken zullen wij een aantal van deze columns met jullie delen. Vandaag: engelwortel.

Engelwortel

De engelwortel is een ietwat sprookjesachtige plant. De grote engelwortel of aartsengelwortel vind je bijna niet meer in het wild, terwijl de gewone engelwortel nog altijd heel veel voorkomt op vochtige leemgrond. Beide soorten kan je medicinaal gebruiken, maar de grote engelwortel werkt wel krachtiger.

De kartuizermonniken wisten al in 1605 dat dit kruid geneeskrachtig was en verwerkten het in hun bekende Chartreuse. Engelwortel helpt dan ook heel goed bij maag-darmproblemen en een slechte vertering: de bittere smaak brengt de spijsverteringssappen op gang, vermindert krampen en opgeblazenheid en bevordert een goeie darmflora.

Een lekker digestiefje met engelwortel kan je makkelijk zelf maken op de volgende manier: doe een handvol engelwortel, een handvol (onbehandelde!) sinaasappelschil en 2 kaneelstokjes in een glazen literpot en overgiet met een alcoholische drank van 40°, zoals wodka of witte rum. Laat de kruiden een drietal weken trekken en zeef ze af. Je kan een aantal druppeltjes van dit digestief in wat water druppelen voor iedere maaltijd. Goeie vertering verzekerd!

In de keuken kan je de engelwortel ook gebruiken: het jonge, frisgroene blad kan je fijngesnipperd aan salades toevoegen. De jonge stengels kan je dun schillen en mee stoven met andere groenten. De zaadjes zijn erg aromatisch en kan je als specerij in kleine hoeveelheden in gebak verwerken.

Lees méér van WPG