Vanavond geven ze het beste van zichzelf in De Slimste Mens ter Wereld, vandaag fileren ze vele thema’s in Humo: Elodie Ouedraogo en Dalilla Hermans. Wij trakteren je alvast op een bloemlezing en laten je kennismaken met onze auteurs.

Over De Slimste Mens ter Wereld

Dalilla Hermans: ‘Plots krijg ik keiveel vriendschapsverzoeken op Facebook en vragen mensen me op straat of ik met hen op de foto wil. Een maand geleden droeg ik nog een jogging om mijn kinderen naar school te brengen, terwijl ik nu denk: ‘Hm, misschien moet ik toch maar iets fatsoenlijks aantrekken!’ (lacht). En ik zit nu ook iets minder chill op de trein. Vroeger zat ik er te eten en me te schminken, maar nu houden de andere passagiers mij in de gaten (lacht).’

Elodie Ouedraogo: ‘Dat ze me een tweede keer zouden vragen om mee te doen, had ik totaal niet verwacht. Nu werk ik voor Sven De Leijer aan zijn jaaroverzicht voor Eén, waardoor ik deze keer veel beter op de hoogte ben van de actualiteit. Maar ik wil mij vooral amuseren. Vijf jaar geleden was ik zo zenuwachtig dat ik mij als een bange kwezel gedroeg: mijn vrienden herkenden me niet.’

Over seksisme

Dalilla: ‘We weten allemaal dat er nog seksisme heerst. Maar die opmerkingen in ‘De slimste mens’ zijn er zó ver over, dat ik ze niet meer problematisch vind. Ik weet ook wel dat Jeroom ons niet écht dom vindt, hè. Iederéén wordt door de mangel gehaald. Af en toe schiet er iets vrouwonvriendelijks uit de mond van de jury, maar als ik het niet grappig vind, zul je dat wel merken: dan draai ik met mijn ogen.’

Ik ben toch geen mak lammetje dat hem niet van repliek kan dienen? Ik vind het raar dat men ervan uitgaat dat we dat maar gedwee moeten ondergaan. Ik denk dat je vooral jezélf belachelijk maakt als je als man een slechte seksistische mop maakt.’

Elodie: ‘Seksisme is reëel: dat is met die hele Weinstein-hetze nog eens pijnlijk duidelijk geworden. Het is goed dat we erover spreken, maar ik hekel de hypocrisie erachter. Een familiequiz waarin Philippe Geubels een fidgetspinner op zijn hoofd heeft, wordt als opstapje gebruikt om seksisme aan te kaarten. Terwijl we beter de vrouwen aan het woord zouden laten die elke dag met buikpijn naar hun werk vertrekken, omdat ze weer in de buurt van hun vieze baas moeten vertoeven. Ik ben bang dat het begrip ‘seksisme’ nu zodanig wordt uitgehold door de hysterie rond ‘De slimste mens’, dat we geen energie steken in de vrouwen voor wie het écht een probleem is. Wij daarentegen, wij zijn geen damsels in distress.’

Over racisme

Elodie: ‘Er komt natuurlijk ook schaamte bij kijken. Op de vrijgezellenavond van mijn beste vriendin, in 2014, liepen we ’s avonds in Leuven op straat. Er zaten dronken studenten te chillen op een bankje, en één van hen wees naar mij: ‘Jij bent sowieso minderwaardig, want je bent zwart.’ Dat laatste had ik niet opgevangen, maar mijn vriendin wel: ze werd woedend. Ze weigerden zich te verontschuldigen en waren erg agressief. Het waren trouwens rechtenstudenten: de toekomst van het land is verzekerd (lachje). De politie werd erbij gehaald, en ik heb toen naar Jeroom gebeld. Toen ze hem zagen afkomen, viel hun frank: ‘Ow, dat is dinges.’ Plots begonnen ze zich uit te putten in excuses. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, was ik er ziek van. Ik ben geboren in Sint-Joost-ten-Node en ben vanbinnen dus even wit als een blanke Vlaming: dat mij zoiets was overkomen! Dan besef je: het maakt niet uit wat je hebt bereikt, of hoe voorbeeldig je je gedraagt.

Dalilla: ‘Het frustrerende is dat mensen vaak reageren met: ‘Daar valt niets tegen te beginnen!’ Jawél! Een overtuigde Vlaams Blokker ga je niet van mening doen veranderen, maar de middenmoot wel. Je kunt pas iemand uitmaken op straat als je die persoon niet als een mens ziet, en dat kan volgens mij worden tegengegaan door onder andere meer driedimensionale gekleurde mensen in de media aan bod te laten komen. Na Adil El Arbi’s overwinning in ‘De slimste mens’ vonden velen Marokkanen plots cool. Maar daar kreeg hij de kans om slim en grappig te zijn: hij werd niet als excuus opgevoerd. Als die verhoudingen rechtgetrokken worden, zullen bepaalde stereotypen afnemen, en wordt het moeilijker om racistisch te zijn. Dat is ook deels de reden waarom ik aan ‘De slimste mens’ meedoe. Sommigen vragen zich af in hoeverre allochtone jongeren naar Vlaamse programma’s kijken, maar het werkt in twee richtingen: gééf ze iets om naar te kijken! Ik weet dat er nu veel Afrikaanse jongeren naar ‘De slimste mens’ kijken, enkel en alleen omdat ik erin te zien ben.’

Over Brief aan Cooper en de wereld

Dalilla: ‘Ik had al enkele opiniestukken geschreven, maar ik besefte dat je pas in gesprek kunt gaan met anderen als zij jou ook een beetje kennen. Ik heb lang gezocht naar een gepaste vorm voor mijn levensverhaal, en dat bleek een brief aan mijn zoontje Cooper te zijn: tegen je kind lieg je niet, en bovendien wil je ook dat je kind alle lessen meekrijgt. Het is ingedeeld in tien hoofdstukken die opgehangen zijn aan tien clichés, genre ‘Ga terug naar je eigen land’. Wie het leest, snapt waarom ik doe wat ik doe, en krijgt hopelijk een beter inzicht in de mechanismen die achter racisme schuilgaan.’

Over het moederschap

Elodie: ‘Remus is het beste wat mij overkomen is, maar ik vind dat we niet eerlijk genoeg zijn over wat het inhoudt om een kind te krijgen. Na een bevalling ben je erg onzeker: je voelt je de slechtste moeder ter wereld. Dat veel jonge moeders je ook voortdurend om de oren slaan met uitspraken als ‘De mijne kan al dit’ en ‘De mijne kan al dat’, helpt ook niet. Nu Remus begint te praten, kan hij zeggen wat er scheelt, maar in het begin is het gokken: ‘Wat zou hij bedoelen?’ En je merkt ook dat elk gesprek met je partner over de baby gaat.’

Dalilla: ‘Drie kinderen, dat is superintens, zwaar en keiheftig. Mijn huis ligt er de helft van de tijd rommelig bij, en soms hang ik vol kots. Maar: ik vind het belangrijk om niet altijd mama te zijn. Na Coopers geboorte heb ik mezelf echt moeten toespreken: ‘Ik ben een persoon met eigen interesses.’ Mijn man denkt er net zo over, en we gaan ook bewust zonder de kinderen op weekend. Anders hou je dat niet vol. Ik wil zeker ook blijven werken, omdat het in the end niet zal uitmaken of ik elke ochtend zélf hun tanden heb gepoetst en hun boterhammen heb gesmeerd. Wél of ze warmte en liefde gekregen hebben, en of hun ouders gelukkig zijn.

Het volledige artikel in Humo lees je hier.

Lees méér van WPG