Charles Foster wilde weten hoe het is om een dier te zijn. Dus probeerde hij het uit. Zijn verhaal lees je in Leven als een beest.

Als das leefde Foster wekenlang in een hol terwijl hij regenwormen leerde eten. Als otter zwom hij ’s nachts in de rivieren van Devon. Als (stadse) vos wroette hij in Londense vuilnisbakken. Als edelhert struinde hij Exmoor en de Schotse hooglanden af. En als een gierzwaluw volgde hij obsessief de trektocht tussen Oxford en West-Afrika.

Met dit wervelende en prikkelende verslag van zijn ervaringen en gedachten houdt Charles Foster een warm pleidooi voor empathie en moedigt hij ons aan om al onze zintuigen weer te gaan gebruiken.

De internationale pers is alvast enthousiast:

‘In zijn briljante (en beetje krankzinnige) memoir legt Foster uit hoe een groter begrip van wilde dieren hem geholpen heeft om als mens vooruit te komen. Lyrisch, authentiek en onstuimig.’ – The Spectator

‘Alsof je Julian Barnes in het bos zet met alleen maar een mueslireep en een puntige stok.’ – The New York Times

‘Foster moedigt je aan om op handen en knieën te zakken en te gaan snuffelen.’ – The Economist

‘Grappig, diepgaand, zowel eerlijk als spottend, zowel lichtvoetig als doodserieus.’ The Guardian

Een uitgebreid interview met Charles Foster lees je hier.

Lees méér van WPG