Ze zijn jong, knap, lopen in merkkleding en besteden dagelijks uren aan hun haar – en daarbij leven ze van een uitkering. Deze jonge vrouwen denken alleen aan zichzelf, maar leiden een levensgevaarlijk bestaan, want langzaam maar zeker zijn ze een doorn in het oog geworden van een volstrekt labiele persoon die besluit om één voor één met al deze klaplopers af te rekenen. Selfies is het zevende boek in de internationale bestsellerserie Q van Jussi Adler-Olsen, de ongekroonde koning van de Scandinavische misdaadliteratuur. Het ligt vanaf vandaag in de boekhandel. Duik hier al in het mysterie.

Zoals altijd droeg haar gezicht de sporen van de voorbije nacht. Haar huid was een beetje uitgedroogd en de donkere kraters onder haar ogen leken dieper dan toen ze naar bed ging.
Denise trok grimassen naar haar spiegelbeeld. Nu was ze een uur bezig geweest om de schades te herstellen en het werd nooit goed genoeg.
‘Je ziet eruit als een hoer en zo stink je ook,’ aapte ze haar moeders stem na terwijl ze haar ogen nog wat extra aanzette.
Op de zit-slaapkamers om haar heen kondigde het lawaai aan dat de andere huurders eindelijk wakker werden en dat het snel weer avond was. Het was een bekende deken van geluid: het gerinkel van flessen, het bij elkaar aankloppen om sigaretten te bietsen, een continu rennen naar het versleten ‘toilet met douche’, dat in het huurcontract ‘luxueus’ werd genoemd.
Nu was de minisamenleving van de onderklasse Denen in een van de donkerder straten van Frederiksstaden eindelijk op gang gekomen, op weg naar een volgende avond zonder uitgesproken doel.
Na een ogenblik keren en draaien stapte ze naar de spiegel toe en bekeek haar gezicht van dichterbij.

‘Ik heet Denise,’ oefende ze met gespannen halsspieren. Donkerder kon haar stem niet worden.

‘Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land?’ zei ze met een verwaande glimlach terwijl ze haar spiegelbeeld met haar vingertoppen liefkoosde. Ze tuitte haar lippen, liet haar vingers langs haar heupen omhoog naar haar borsten glijden en verder langs haar nek door haar haar. Vervolgens plukte ze een paar pluisjes van haar angorablouse, bracht wat foundation aan op een paar plekjes die onvoldoende waren bedekt en stapte heel tevreden achteruit. Haar geëpileerde en omhoog gestreken wenkbrauwen hadden samen met de Neulash-versterkte wimpers haar ‘appearance’, zoals zij het noemde, verstevigd. Het had haar blik dieper en de gloed van haar iris intenser gemaakt en gaf haar met weinig middelen een extra snufje onbenaderbaarheid.
Kort gezegd was ze klaar om de wereld te betoveren.
‘Ik heet Denise,’ oefende ze met gespannen halsspieren. Donkerder kon haar stem niet worden.
‘Denise!’ fluisterde ze op het moment dat ze haar lippen van elkaar deed en haar kin op haar borst liet vallen. Als je die houding aannam, was het effect ongelooflijk. Iemand zou de uitdrukking misschien uitleggen als onderwerping, maar het was precies het tegenovergestelde. Hielden de wimpers van vrouwen en de brandpunten van hun pupillen onder die hoek de zintuigen van omstanders niet het best vast?
‘Alles onder controle,’ zei ze knikkend, terwijl ze de deksels van de gezichtscrèmes dichtdraaide en het arsenaal aan cosmetica in de spiegelkast duwde.
Na een ogenblikje rondkijken in het kleine vertrek stelde ze vast dat ze uren rotwerk voor de boeg had met het opruimen van het rondslingerende wasgoed, het opmaken van het bed, het afwassen van alle glazen en het weggooien van afval en flessen.
Ach, fuck ook, dacht ze en ze trok het dekbed omhoog, schudde het uit, klopte het hoofdkussen op en overtuigde zichzelf ervan dat als een van haar sugardaddy’s eenmaal hiernaartoe was gekomen, de rest hem waarschijnlijk een zorg zou zijn.
Daarna ging ze op de rand van het bed zitten en controleerde snel of haar handtas nu ook van de noodzakelijke artikelen en rekwisieten was voorzien.
Ze knikte tevreden, ze was er klaar voor. De wereld en zijn lusten mochten zich wat haar betreft aandienen.
Toen zorgde een ongewenst geluid ervoor dat ze haar gezicht omdraaide naar de deur. Klik-klik, klak, klik-klik, klak, het gestrompel dat ze zo verafschuwde.
Je bent veel te vroeg, mam, dacht ze terwijl de deur tussen de trap en de hal werd opengeduwd.
Het was bijna acht uur, dus waarom kwam ze nu? Het was immers al ver na haar etenstijd.
Ze telde de seconden en stond geïrriteerd op van het bed, toen er op de deur van het kamertje werd geklopt.

‘Oma kan me wat. Ik haat dat wijf.’

‘Liefje!’ riep haar moeder. ‘Doe je even open?’
Denise haalde gecontroleerd en geluidloos adem. Als ze geen antwoord gaf, ging haar moeder vast wel weer weg.
‘Denise, ik weet dat je er bent. Wil je even opendoen, ik wil je iets belangrijks vertellen.’
Denise liet haar schouders zakken. ‘Waarom? Heb je soms eten meegebracht?’ riep ze.
‘Nee, vandaag niet. Ach, wil je niet even beneden komen om te eten, Denise? Alleen vandaag. Oma is er!’
Denises blik schoot naar het plafond. Dan stond haar oma dus beneden en meer was er niet nodig om haar klamme oksels te geven en haar hartslag te laten stijgen.
‘Oma kan me wat. Ik haat dat wijf.’
‘Ach, Denise, zulke dingen mag je niet zeggen. Wil je mij niet een moment binnenlaten? Ik moet gewoon even met je praten.’
‘Niet nu. Je kunt het eten buiten voor de deur neerzetten, zoals je altijd doet.’
Afgezien van de man met de trillende huid die een paar kamers verderop in de gang woonde en al zijn ‘ochtendpils’ had geconsumeerd en die nu in vertwijfeling over zijn ellendige leven in janken was uitgebarsten, was het onmiddellijk doodstil geworden op de gang. Het zou haar niet verbazen als ze nu allemaal met gespitste oren stonden te luisteren, maar wat kon haar dat schelen? Ze konden haar moeder toch gewoon negeren, net als zij deed.

Hoe vaak hadden ze niet voor haar deur gestaan en haar geprobeerd mee te lokken met hun gewauwel en goedkope Aldi-wijn, terwijl hun ogen de hoop uitspraken op iets anders en meer?

Denise filterde haar moeders smeekbedes uit het geluidsbeeld en concentreerde zich in plaats daarvan op het gejammer van de bleekscheet.
Al die gescheiden mannen hierboven op hun kamertjes waren zo zielig en lachwekkend. Hoe konden zij in een zonniger toekomst geloven als ze er zo uitzagen? Ze stonken naar ongewassen kleren en stortten zich in hun sentimentele eenzaamheid onbezonnen op de drank. Hoe konden ze er überhaupt mee leven dat ze zo verrekte zielig werden, die kleffe idioten?
Denise snoof. Hoe vaak hadden ze niet voor haar deur gestaan en haar geprobeerd mee te lokken met hun gewauwel en goedkope Aldi-wijn, terwijl hun ogen de hoop uitspraken op iets anders en meer?
Alsof zij ooit iets met mannen te maken wilde hebben die op kamers woonden.
‘Ze heeft geld voor ons meegenomen, Denise,’ drong haar moeder aan de andere kant van de deur aan.
Nu spitste Denise haar oren.
‘Je moet echt met mij mee naar beneden komen, want als je dat niet doet, geeft ze ons deze maand niks.’
Er was een korte pauze voor haar volgende zin.
‘En dan hebben we dus helemaal niks, hè, Denise?!’ klonk het fel.

Dat zoog eenvoudigweg alle kracht en energie uit haar weg. Het zette haar volledig buitenspel.

‘Kun je niet nog een beetje harder schreeuwen, dan kunnen ze het in het blok hiernaast ook horen!’ beet ze terug.
‘Denise!’ Haar moeders stem trilde nu. ‘Ik waarschuw je. Als oma ons dat geld niet geeft, moet je naar de sociale dienst, want ik heb je huur voor deze maand niet betaald. Jij dacht zeker van wel?’
Denise haalde diep adem, liep naar de spiegel toe en werkte haar lippen nog een keer bij. Tien minuten met dat mens en dan ging ze. Er stond haar toch niets anders dan gezeik en geruzie te wachten.
Dat wijf zou haar geen seconde met rust laten. Ze zou niets anders doen dan dingen van haar eisen en als er iets was waar Denise geen zin in had, dan waren het wel alle eisen die mensen aan haar stelden.
Dat zoog eenvoudigweg alle kracht en energie uit haar weg.
Het zette haar volledig buitenspel.

Lees méér van WPG