De familie Urbanus in de reeks lijkt op het eerste gezicht wat marginaal. Het zijn buitenbeentjes, voor sommigen zijn het lokale dorpsgekken: een werkloze boer die pijp rookt en bier zuipt, een huisvrouw met een Mariabeeldjes-complex, een 12-jarige met een volle baard, een pratende strontvlieg en een hond met een gespleten hoofd.

Lees méér van WPG