Arundhati Roy werd in 1997 alom geprezen om haar bestseller De god van kleine dingen en sleepte hiermee de Man Booker Prize in de wacht. Na dit succes zette ze zich in als politiek activiste en legde zich toe op het schrijven van non-fictie, o.a. over sociale en economische ongelijkheid. Deze week, twintig jaar later, verschijnt haar langverwachte tweede roman, Het ministerie van Opperst Geluk.

Het ministerie van Opperst Geluk neemt ons mee op een indringende reis door het Indiase subcontinent – van de nauwe straatjes in het oude Delhi en de blinkende winkelpromenades van deze snelgroeiende nieuwe wereldstad naar de besneeuwde bergen en de valleien van Kasjmir, waar oorlog vrede is en vrede oorlog, en waar zo nu en dan de ‘normaaltoestand’ wordt afgekondigd. De roman is een aangrijpende liefdesgeschiedenis en een maatschappelijke aanklacht ineen, een hartverscheurend, duizelingwekkend verhaal, dat nu eens fluisterend, dan weer luidkeels wordt verteld, soms met een lach, soms door de tranen heen. De hoofdpersonen zijn allen beschadigd door de wereld waarin ze leven, maar hervinden hun kracht door de liefde die ze tegenkomen op hun pad, en door hoop te blijven houden. Hun afzonderlijke, kleurrijke levens vervlechten zich in deze meeslepende, diepmenselijke roman, die de grenzen van de vertelkunst opnieuw definieert.

 

We hebben twee decennia gewacht op een nieuwe roman van Arundhati Roy, maar het resultaat was het wachten meer dan waard:

De Morgen:

****1/2 ‘Na een carrière als het geweten van haar geboorteland India is ze terug met een tweede roman. En wat blijkt? Ze kan het nog. Beter dan ooit zelfs.’ – Marnix Verplancke

Knack:

**** ‘In Het ministerie van Opperst Geluk haalt ze twee decennia van schijnbare achterstand moeiteloos in met een wervelwind aan in elkaar grijpende verhalen.’ – Jan Stevens

Humo:

*** 1/2 ‘Twintig jaar na De God van kleine dingen heeft Arundhati Roy weer een roman geschreven waar je dagenlang kopje onder in kunt.’ – Humo

Kirkus Reviews

‘De eerste roman van Roy in 20 jaar tijd was het wachten waard: een menselijk, geëngageerd, bijna sprookjesachtig verhaal.’ – Kirkus Reviews

In The Guardian lichtte Roy toe waarom ze na twintig jaar besloot terug te keren naar het fictie genre: het is voor haar een manier om de wereld te begrijpen. Ze ziet zichzelf dan ook op de eerste plaats als fictionele auteur, terwijl de politiek activiste in Roy nooit ver weg is:

‘Ik ben zeker dat ik van nature een fictionele auteur ben. Non-fictie is het sierzaagwerk. Op politiek vlak stond ik achter mijn standpunten. Dat was een mars. Dit iets anders. Dit is een  dans.’ – Roy in Vogue

En dat ze meester is in verhalen vertellen, bewijzen de positieve recensies die het Het ministerie van Opperst Geluk ontvangt, zowel internationaal als in Vlaanderen:

‘Een meesterwerk. Roy vervoegt Dickens, Naipaul, García Márquez, en Rushdie door haar aanhoudende compassie, magische vertelkunst en prikkelende gevatheid. Een bekoorlijk, fantasierijk en hartverscheurend epos.’ – Donna Seaman, Booklist

**** ‘Ook in Het ministerie van Opperst Geluk blijft Roy niet rond één groot verhaal cirkelen, maar serveert ze kunstig vervlochten verhalen met talloze kleurrijke mensen van vlees en bloed.’ – Jan Stevens (Knack)

**** 1/2 ‘Wat kan die vrouw schrijven, denk je wanneer ze je nog maar eens bij de hand neemt en binnen voert in de herkenbaar vreemde wereld die India uiteindelijk toch altijd voor ons blijft.’ – Marnix Verplancke (De Morgen)

Het ministerie van Opperst Geluk ligt vanaf vandaag, 14 juni, in de boekhandel. Morgen stelt Roy haar nieuwe roman voor in Brussel. Houd onze Facebookpagina in de gaten, want je kan dit evenement ook via een livestream thuis bekijken!

Lees méér van WPG