Deze zomer trakteert WPG Uitgevers je wekelijks op een literaire cocktail in de vorm van leesfragmenten. Als vieruurtje, voor het slapengaan of gewoon tussendoor. Vandaag geniet je van een deel van het eerste hoofdstuk van Zwarte bladeren van Maja Wolny

2 – Maart 1934

Julia werd nat van het zweet wakker. Ze wilde nu niets liever dan in haar eigen bed liggen, dat net naast Mindla’s bed stond, naar de latrine achter het huis rennen en zich bevrijden van de vreselijke druk in haar darmen. Pijn reet haar buik uiteen, maar ze konden niet stoppen. Ze waren ’s avonds in Berlijn vertrokken en bevonden zich nu ergens in Nedersaksen.

‘Hoe lang moeten we nog?’ vroeg ze aan Misza, de geblokte chauffeur die haar veilig naar Parijs moest brengen.

‘Minstens tien uur. Misschien nog meer. We zijn waarschijnlijk verkeerd gereden.’

‘Ik hou het niet meer, Misza. Je moet stoppen.’

‘Andrzej heeft duidelijk gezegd: “Geen tussenstops – alleen om te tanken.”’

‘Tank dan!’ schreeuwde ze, meer van de pijn dan uit ongeduld.

Misza zette de wagen aan de kant. Hij zag hoe Julia uit de wagen sprong en naar de dichtstbijzijnde struiken rende, niet lettend op de regen. Hij nam een metalen benzineblik uit de koffer en begon benzine bij te gieten. Ze was geen mooie vrouw: mager, benig, met een veel te grote neus. In de partij speelde uiterlijk geen grote rol, maar het was leuker geweest om deze tocht te maken met een chic geklede en met parfum besprenkelde schoonheid. Er bestonden vrouwen die nooit vuile nagels hadden, zoals de vrouw van advocaat Mesner. Naar het scheen waren er ook die bijna nooit naar het toilet hoefden; zij gingen hooguit twee keer per week. Die vrouwen behoorden tot een andere klasse, die hij in theorie zou moeten verachten. Binnen enkele jaren, zodra de wereldrevolutie triomfeerde, zou alles veranderen; dan zouden al die hoeden, korsetten en kanten handschoenen op de vuilnisbelt belanden.

Toch wekte ze geen medelijden op. Er was iets hards in haar, zoals bij een door zeewater doorweekte zeeman.
Misza zag hoe Julia haar broek optrok en in de richting van de wagen liep. Hij wilde het portier al voor haar openen, maar plotseling maakte ze rechtsomkeert en liep terug naar dezelfde struik. Gedesillusioneerd stak hij een sigaret op. Nu waren er nog vier over. En zij rookte trouwens ook; weldra zou ze hem smekend aankijken, zodat hij met haar zou moeten delen.

Na een klein kwartier waren ze klaar om te vertrekken. Het scheen Misza dat Julia tijdens dat korte oponthoud nog verder vermagerd was. Natte haren kleefden om haar smalle gezicht, en haar magere, jongensachtige lichaam rilde van de kou. Toch wekte ze geen medelijden op. Er was iets hards in haar, zoals bij een door zeewater doorweekte zeeman. Misza voelde zich niet op zijn gemak bij haar. Hij begreep waarom ze geen verloofde had. Geruchten deden de ronde dat ze zich na de vergaderingen van het collectief voor langere tijd opsloot met een van de kameraden, een grote, besnorde man die getrouwd was. Julia’s leeftijd was niet bekend. Ze grapte dat haar ouders zelf niet eens zeker wisten wanneer ze geboren was. Misza meende dat ze beslist minstens vijfentwintig jaar moest zijn en dus een oude vrijster. Op die leeftijd behoorde je al kinderen te hebben. Er is een nieuwe generatie nodig om een communistische staat op te bouwen, dacht hij terwijl hij sukkelde met de slecht werkende ruitenwissers. Het weer zat niet mee. Gelukkig viel Julia in slaap, en Misza besloot daarvan gebruik te maken door opnieuw te roken.

Lees méér van WPG